De eerste levensmaanden van de hond zijn bepalend voor het gedrag voor de rest van zijn leven.
De jeugd van een hond is onderverdeeld in verschillende perioden, de gevoelige perioden genoemd.
Naast de erfelijke aanleg zijn deze perioden de fundamenten voor het karakter van de hond.
Het is belangrijk deze periodes goed te gebruiken, voor je het weet zijn ze voorbij.
De eerste 3 weken.: Neonatale periode
Na een dracht van 60 tot 65 dagen worden de pups geboren. Ze zijn dan nog blind en doof en nog volledig afhankelijk van de moederhond.
Door zachte geluidjes te maken, trekken ze de aandacht van de moeder die ze dan naar de tepels loodst of, als ze te ver zijn afgedwaald, weer naar hun nest terugbrengt.
Dit doet ze ook door de pup voorzichtig om het lijfje te pakken (dus niet in het nekvel zoals vaak wordt beweerd). Bij het optillen van de pup ontstaat een plasrem. Deze plasrem is overgebleven van de wilde voorouders om te voorkomen dat er een geur wordt achtergelaten die roofdieren op het spoor brengt. Deze plasrem treedt ook in werking als een mens de pup optilt om deze naar de juiste plaats te brengen om zijn of haar behoefte te doen. Door in de vacht van de moeder te duwen (dit noemt men vachtboren), zal de pup de tepels vinden. In deze periode doet de pup niets anders dan melk drinken en slapen. De pup groeit enorm snel. In die periode houdt de moeder het nest en de jongen schoon. Ongeveer 13 dagen na de geboorte gaan de ogen open en op een leeftijd van 18 dagen kunnen alle zintuigen worden gebruikt. Jonge pups kennen nog geen gevaar. De moederhond verdedigt de jongen tegen eventueel gevaar. Na 3 weken wordt de melk geleidelijk vervangen door vaster voedsel. Bij wolven (en soms bij honden) braakt de moeder- of vaderwolf half verteerd voedsel uit als de pup met zijn neus als begroeting tegen de mondhoeken drukt.
3 tot 8 weken: 1e socialisatie periode.
(In het verleden werd deze periode de inprentingperiode genoemd)
In deze periode leren de dieren tot welke diersoort ze behoren. Dieren die in deze periode niet leren omgaan met hun eigen soort kunnen in hun latere leven niet met soortgenoten omgaan.
Als voorbeeld van de inprenting een proef met een gans: een gans die uit het ei kwam, zag als eerste alleen maar een schoen (een gans is een nestvlieder; bij nestvlieders is de inprenting meteen na de geboorte, bij nestblijvers zoals honden is de inprenting later). Het gevolg was dat de gans de schoen als een soortgenoot zag, waar hij niet van weg te slaan was. Toen de schoen werd aangetrokken en men ermee weg wandelde, volgde het gansje de schoen continu. Later in zijn leven kon de gans zich niet voortplanten, want hij herkende andere ganzen niet als zijn soortgenoten.
Het is erg belangrijk om in deze periode honden kennis te laten maken met allerlei verschillende honden, verschillende mensen (ook met kinderen) en andere dieren. Maakt de hond in deze periode hiermee geen kennis, dan zal hij hiervoor de rest van zijn leven angstig blijven voor het onbekende. Bij het zien van bijvoorbeeld vreemde mensen zal hij in de meeste gevallen proberen te vluchten. Als hij niet kan vluchten, zal hij reageren met (angst)agressie. Koop daarom nooit een pup die ergens achteraf in een schuur is opgegroeid (deze pup heeft alleen maar omgang met zijn moeder en andere nestgenoten en ziet zelden mensen). Het is beter een pup te nemen die in een huiselijke kring is opgegroeid, zodat de pup het huiselijk gebeuren meekrijgt.
Bij onjuiste inprenting kan het kennelsyndroom ontstaan. Honden met het kennelsyndroom verstarren bij het zien van mensen omdat ze er niet genoeg kennis mee hebben gemaakt. Met soortgenoten kunnen ze doorgaans goed overweg. Om te voorkomen dat een (volwassen) hond overal angstig voor wordt, moet men de pup in de inprentingperiode een zogenaamde verrijkte omgeving aanbieden, d.w.z. dat men de pup van alles laat meemaken dat angstgevoelens kan opwekken.
Zo kan men de pup meenemen naar drukke winkelcentra, hem/haar kennis laten maken met het lawaaierige verkeer, veel verschillende dieren en mensen, enz.
Grote hondenfokkers die veel pups te koop aanbieden hebben hiervoor meestal geen tijd. Koop uw hond daarom alleen bij een hondenfokker die deze wel een goede inprentingperiode heeft gegeven. Sommige honden fokkers geven de pups geen verrijkte omgeving omdat ze bang zijn dat de pup wordt besmet met de ziekte Parvo. De kans op besmetting is zo klein dat men het risico beter wel kan nemen, anders heeft men een heel hondenleven lang een hond met gedragsproblemen, die in de meeste gevallen moeilijk of zelfs helemaal niet volkomen op te lossen zijn.
8 tot 12 weken: 2e socialisatie periode
In deze periode wordt de pup normaal gesproken van de moeder gescheiden. Een pup voor de 7e week van de moeder te scheiden, is verboden. De pup leert in deze periode erg snel; men moet dan ook overwegen om met de pup op een puppycursus te gaan. Alles wat de pup in deze periode verkeerd leert, zal later weer afgeleerd moeten worden. Dit is niet altijd even gemakkelijk omdat gedrag dat lang standhield gewoontegedrag is geworden (hier kom ik later op terug). Een oudere hond kan men ook wel iets leren of heropvoeden en als dat nodig is moet men dat zeker ook doen, maar het is het veel makkelijker om een jonge hond direct op de juiste manier op te voeden. Jong geleerd is oud gedaan.
In deze periode is de pup erg schrikkerig voor nieuwe en onverwachte situaties.
Het is erg belangrijk om daar op de juiste manier op in te springen. Als men de pup gaat troosten als hij of zij schrikt, bevestigt men dat er een goede reden was om te schrikken. De pup zal later nog angstiger en heftiger op zo’n situatie reageren.
Men kan de pup in een dergelijke situatie beter negeren; doe op dat moment vooral alsof er niets aan de hand is. De hond afleiden is ook een optie, maar begin daarmee voordat de situatie zich voordoet, voordat de hond in de gaten heeft wat er gaat gebeuren. Leidt men de hond af tijdens de situatie op het moment dat de hond verkeerd reageert, dan wordt de hond beloond voor zijn (ongewenst) gedrag.
Probeer deze situaties later wel weer op te zoeken om de hond eraan te laten wennen.
Copyright © 2007-2013 Hondenwijzer.com. Alle rechten voorbehouden.
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd zonder voorafgaand toestemming van de auteur. Alle rechten van intellectueel eigendom met betrekking tot deze website berusten bij Hondenwijzer.com.
Het is verboden zonder toestemming van Hondenwijzer.com de informatie op deze website, zelfs in gewijzigde vorm, te hergebruiken.
Een link naar onze artikelen wordt erg gewaardeerd.