Copyright © 2007-2010 Hondenwijzer.com. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd zonder voorafgaand toestemming van de auteur. Alle rechten van intellectueel eigendom met betrekking tot deze website berusten bij de Hondenwijzer.com. Het is verboden zonder toestemming van de Hondenwijzer.com de informatie op deze website, zelfs in gewijzigde vorm, te hergebruiken
Het is onmogelijk om hier alle mogelijke vormen van probleemgedrag hier te behandelen, daarom behandel ik de meest voorkomende therapiemethodes. Hiermee kan men de meeste problemen (al dan niet met een ervaren gedragstherapeut) oplossen.
Voordat ik de therapieën behandel, begin ik met de mogelijke oorzaken van het probleemgedrag. Want als men de oorzaak weet, is het makkelijker het probleem op te lossen.
Oorzaken van het probleemgedrag
Lichamelijke oorzaken
Vaak wordt het over het hoofd gezien, maar probleemgedrag kan veroorzaakt worden door lichamelijke klachten. Een hond die ergens pijn heeft kan bij aanraking agressief gaan reageren, dit is voor hem de enige manier om te voorkomen dat men aan de zere plek komt. Een slechtziende of blinde hond kan aanraking met agressie gaan reageren doordat hij het
Onzindelijkheid kan veroorzaakt worden door onder andere suikerziekte, baarmoederontsteking, blaasontsteking, nier- en/of leverfalen, ook na sterilisatie kan bij een teef incontinentie optreden. Als een pup maar niet zindelijk wil worden, moet men er rekening mee houden dat er een medische oorzaak kan hebben.
Ouderdom kan ook tot gedragsverandering leiden, net als bij mensen. Een hond kan bepaalde commando’s gaan vergeten, de weg niet meer vinden enz. Hier is niet veel aan te doen, alleen een beetje begrip gaan tonen.
Ook hormonen kunnen voor gedragsverandering zorgen, een loopse teef kan tijdelijk minder goed gaan luisteren naar de eigenaar, ze kan ook slomer worden. Na de loopsheid kan een teef schijnzwanger worden.
Reuen kunnen weg gaan lopen bij het ruiken van een loopse teef. In de puberteit beginnen reuen reukvlagen uit te zetten.
Soms kan castratie of sterilisatie een oplossing zijn, maar dit is lang niet altijd het geval. Hier kom ik later op terug.
Denkt men dat de oorzaak van probleem gedrag een medisch probleem kan zijn, of twijfelt men daaraan, ga dan even bij de dierenarts aan.
Erfelijke aanleg
Veel gedrag is erfelijk bepaald, zo zullen terriërs de neiging hebben om veel te graven omdat ze van oorsprong gefokt zijn om in holen te jagen.
Waakhonden zullen hun territorium met veel verve verdedigen, wat gepaard kan gaan met veel geluidsoverlast of zelfs (territorium)argressie.
Werkhonden zullen als er weinig met hun ondernomen wordt hyperactief worden en kunnen uit verveling dingen gaan slopen. Als men een hond gaat aanschaffen is het belangrijk ook met de raseigenschappen rekening te houden. Informatie kan men krijgen bij de rasverenigingen. Op de pagina Ras en Vereniging staan de links naar de rasverenigingen. Maar ook individueel hebben honden net als mensen verschillende karaktereigenschappen.
Slechte socialisatie
In de eerste levensjaren van de hond is het belangrijk dat de hond goed gesocialiseerd wordt. Gebeurt dit niet of onvoldoende dan zal de hond angst gaan ontwikkelen voor mensen, dieren of dingen waar hij in die periode nog geen kennis mee heeft gemaakt. Helaas is het dan moeilijk of zelfs onmogelijk dit probleemgedrag op te lossen.
Belangrijk is dus dat de hond zowel bij de fokker als bij de eigenaar een goede socialisatie krijgt. Let daarom goed op bij welke fokker je de hond koopt, broodfokkers hebben of nemen meestal niet de tijd om een hond goed te socialiseren. Pups horen bij de fokker niet ergens achteraf in een schuur te worden gehouden, zij horen in een huislijke omgeving op te groeien.
Traumatische ervaring
Schokkende gebeurtenissen kunnen zorgen dat de hond altijd angstig blijft voor de prikkel die deze slechte ervaring heeft veroorzaakt. De hond zal proberen deze gebeurtenissen te gaan ontwijken. Als dat niet lukt, kan de hond angstagressie gaan vertonen. Het gedrag van de hond kan ook bestaan uit piepen, janken, blaffen en huilen. Er worden ook veel stresssignalen getoond. Mensen kunnen zorgen dat de hond een traumatische ervaring krijgt, door als de hond ergens van schrikt de hond te gaan troosten. Hiermee bevestigt men dat de hond een goede reden had om te schrikken.
Conditionering
De eigenaar beloont onacceptabel gedrag van de hond. Dit kan onbewust gebeuren. Een hond die er op uit is via zijn gedrag aandacht te krijgen en gestraft wordt, krijgt op die manier ook aandacht en wordt dus onbedoeld beloond. Als men de hond etensrestjes geeft, kan dit leiden tot bedelgedrag aan tafel. Soms kan het ook zijn dat de hond zichzelf beloond met zijn eigen gedrag, wat dan ook een reden zal zijn om dit gedrag te herhalen. Als de hond bijvoorbeeld (per ongeluk) een vuilnisemmer omgooit en daar wat lekkers in vindt, is de kans groot dat dit gedrag herhaald wordt. Het knagen aan voorwerpen kan ook zelfbelonend werken, dit omdat het voor de hond ontspannend werkt. De hond kan dit ook doen om zijn verveling te verdrijven.
Te sterke eigenaar-hond binding
De hond is niet zelfstandig genoeg en te sterk aan de eigenaar gehecht. Deze hond kan niet zonder problemen alleen gelaten worden.
Territoriumdrift
Bijna alle honden hebben wel min of meer een territoriumdrift. Al kan de hoedanigheid bij elk ras of individu erg verschillen. Waakhonden zijn er van oorsprong op gefokt om hun grondgebied te verdedigen, daardoor hebben zij een erg sterkt territoriumdrift. Het uitzetten van reukvlagen hoort hier ook bij.
Verstoorde dominantie verhouding
Dit is misschien wel de meest gehoorde kreet in de hondenwereld: je hond is dominant, je hebt geen leiding over je hond!
Omdat dit een groot misverstand is heb ik hierover een apart hoofdstuk over geschreven. Meer hierover kun je lezen op de vorige pagina: Dominantie
Dit waren globaal de meest voorkomende oorzaken van probleemgedrag, helaas is het niet altijd even goed mogelijk (bijvoorbeeld omdat men de geschiedenis van de hond niet kent) om de oorzaak te achterhalen. Door het gedrag van de hond goed te observeren kan men in de meeste gevallen wel tot een goede therapie komen.
Therapieën:
Voorkomen van de prikkel die het gedrag veroorzaakt
Het mooiste zal zijn dat men voorkomt dat de hond niet in aanraking komt met de prikkels die zijn ongeoorloofd gedrag veroorzaken. Men kan bijvoorbeeld een hond die bang is voor paarden makkelijk uit de buurt van paarden houden, moeilijk wordt het uiteraard als je in de buurt van een manege woont. Heeft men de mogelijkheid om uit de buurt te blijven van de prikkels die het gedrag veroorzaken, dan is dat de beste oplossing voor de hond.
Als er een medische oorzaak aan het gedrag ten grondslag ligt, kan misschien de dierenarts het probleem verhelpen. Als de lichamelijke kwaal is verholpen, dan is het probleemgedrag meestal ook voorbij.
Negatieve correctie
Onder correctie wordt de handeling verstaan die het gedrag doet stoppen of doet afnemen. Onder negatief wordt verstaan dat men de prikkel die het gedrag veroorzaakt niet toedient of wegneemt. Negatieve correctie is dus dat men weghaalt wat normaal als het ware als beloning voor het gedrag fungeerde. Veel gedrag wordt in stand gehouden doordat de hond voor dit gedrag (misschien wel onbewust) beloond wordt.
Door te zorgen dat de beloning uitblijft wordt de motivatie om dit gedrag te vertonen weggenomen.
Houdt er rekening mee dat aandacht voor de hond één van de grootste beloningen is, ook al is die aandacht als straf bedoeld. Vaak helpt het beter om de hond te negeren als de hond ongeoorloofd gedrag vertoond.
Een hond die tegen je opspringt doet dit om aandacht te krijgen (dit heeft niet met te maken zoals soms beweerd wordt), wordt genegeerd door stokstijf te blijven staan en de hond niet aan te kijken. Hierdoor krijgt de hond geen aandacht waar hij op uit was. Na verloop van tijd zal de hond doorhebben dat opspringen geen resultaat heeft.
Als een hond alsmaar in de riem loopt te bijten, dan kan men de riem loslaten en de hond negeren, meestal stopt het gedrag dan vanzelf. Eventueel bindt men de hond even ergens aan vast en loopt zonder de hond aan te kijken weg. Dit kan men ook doen bij honden die naar het niets lijken te blaffen.
Er is wel een valkuil bij het negeren van ongewenst gedrag. Een hond die altijd gewend was beloond te worden voor een bepaald gedrag, zal als hij deze beloning niet meer krijgt zijn uiterste best doen deze beloning toch te innen. In eerst instantie zal het gedrag daardoor juist verergeren, laat je om die reden niet verleiden om te therapie te stoppen. Als men maar lang genoeg volhoudt zal de hond op den duur door krijgen dat zijn gedrag niet meer het gewenste resultaat oplevert. De aanhouder wint dus in dit geval.
Erg belangrijk bij deze therapie is dat er nooit mag toegegeven worden het het gedrag van de hond, want als men ook maar een enkele keer toegeeft weet de hond dat er een kans is dat zijn gedrag toch beloond zal worden, een goede reden voor hem om het toch te proberen.
Onverenigbaar (gewenst)gedrag laten doen
Veel gedragingen kan een hond niet op hetzelfde moment tegelijk doen. Een hond kan niet liggen en tegelijk tegen je opspringen. Een hond kan niet achter een konijn aanjagen als hij zit.
Op momenten dat je verwacht dat de hond naar aanleiding van een bepaalde prikkel ongewenst gedrag gaat vertonen kun je de hond ander gedrag laten doen dat wel gewenst is op dat moment. Om de hond te motiveren moet je het goede gedrag uiteraard belonen.
In veel gevallen kun je de hond laten zitten of af laten liggen. Zitten en liggen geven de hond ook innerlijke rust.
Een concurrerende prikkel aanbieden
Men kan de hond afleiden van de prikkel die zijn gedrag veroorzaakt. Als de hond slecht reageert op andere honden, kan men bij het zien van andere honden de hond afleiden met bijvoorbeeld een speeltje, nog voordat de hond werkelijk reageert op de andere hond. Belangrijk is wel dat men de hond afleidt voordat hij het foute gedrag gaat vertonen, anders kan het afleiden als een beloning worden gezien op zijn gedrag, waardoor het foute gedrag alleen maar laat toenemen.
Desensitisatie
Als een hond ergens bang voor is, kan men de hond stapsgewijs laten wennen aan de prikkels die de angst veroorzaken. In korte trainingssessies (niet langer dan een kwartier) dient men de prikkel op een zodanige gering niveau toe dat de hond nog net niet reageert, maar hij moet de prikkel wel opmerken.
Een hond die bang is voor auto’s zal nog niet reageren op een auto als deze in de verte als het ware als een stipje te zien is. Er is altijd een ergens een grens tussen waar hij wel of niet zal reageren.. Probeer deze grens te vinden. Hetzelfde geld voor geluiden zoals bijvoorbeeld vuurwerk. Met behulp van een cd met vuurwerkgeluiden kan men de CD zo zacht zetten dat de hond nog niet reageert.
Men traint 5 keer per week maximaal een kwartier per keer. Bij elke volgende training verhoogt men de prikkel een beetje (men komt dichterbij of zet het volume iets harder). Zorg er wel voor dat men het telkens op een zodanig niveau doet dat de hond nog niet reageert. Beter met kleine stapjes vooruit dan de grens te overschrijden waarbij de hond wel reageert. Reageert de hond per ongeluk wel, dan negeert men de hond en stopt met de trainingssessie. De volgende keer gaat men enkele stappen terug of begint weer bij af.
Deze therapie is voor de meeste problemen die aan angst gerelateerd zijn goed te gebruiken, maar ook bij andere problemen kan het goed werken. Het voordeel van deze therapie is dat men de hond van de angst af kan helpen en niet alleen aan symptoombestrijding doet. Naar mijn mening is dit één van de betere therapie methoden en bovendien erg diervriendelijk. Wel kan het een tijdje duren voordat het ongewenste gedrag helemaal over is. Bij vuurwerkangst moet men dus niet pas in december beginnen, maar al enkele maanden daarvoor.
Discriminant invoeren
Soms helpt het om aan het ongewenste gedrag een commando te koppelen. Men kan de hond bijvoorbeeld onder commando laten blaffen, als de hond dan (uit zichzelf) stopt geeft men een commando dat het einde van het blaffen moet betekenen. Door dit herhaaldelijk te doen leert de hond wat een bepaald commando betekent. Men kan nu de hond het gedrag laten vertonen en laten stoppen wanneer men dat wil.
Afwezigheid van het ongewenste gedrag belonen
Mensen zijn vooral geneigd om pas aandacht aan de hond te besteden als de hond iets niet goed doet, maar als de hond zich uitstekend gedraagt wordt er niet naar de hond omgekeken. Aandacht is één van de beste beloningen die men de hond kan geven, ook als het als straf bedoeld is.
Als de hond geen ongewenst gedrag vertoont op momenten dat men het normaal gesproken wel verwacht is het verstandig dit goed te belonen. Belonen van het goede gedrag zorgt er voor dat dit gedrag langer in stand blijft, dit geeft een beter resultaat dan het foute gedrag te bestraffen.
Extinctie (uitdoving)
Als de hond een lange tijd zijn gedrag niet meer vertoond heeft, dan sterft het gedag als het ware uit. Dit kan komen doordat er lange tijd geen prikkel meer is geweest die het gedrag veroorzaakte, maar ook door therapieën het gedrag niet meer heeft laten zien.
Positieve correctie
Onder positief wordt verstaan dat men iets toevoegt, onder correctie wordt verstaan dat de motivatie om het gedrag te vertonen verminderd of er niet meer is. Positieve correctie komt er in de regel op neer dat de hond gestraft wordt met een pijnprikkel. Dit is een middel waarnaar bij ongewenst gedrag meestal als eerste wordt gegrepen, maar is dit wel goed?
Uit diverse wetenschappelijke onderzoeken (onder andere onderzoeken door de Tierärtzliche Hochschule in Hannover en het stroombandenonderzoek door de Universiteid van Utrecht. Lees meer hierover op de pagina: Stroombanden) is gebleken dat door straf de hond onzeker en angstig kan worden, de hond krijgt ook extreem veel stress.
Bij honden die geconfronteerd worden met onaangename, pijnlijke prikkels kan nevenconditionering plaatsvinden. Het krijgen van straf kan dus betekenen dat de hond de pijn die hij voelt gaat koppelen aan iets uit de directe omgeving (de baas, andere mensen of honden, brommers, auto’s enz.) en daar bang voor wordt. In de toekomst kan hij daar met angstagressie op gaan reageren om de pijnprikkel op die manier te proberen te vermijden.
Honden krijgen door straf ook aandacht (waar het misschien wel om te doen was) en kunnen de staf als beloning ervaren.
Uit diverse wetenschappelijke onderzoeken is gebleken dat (nieuw) gedrag het langst standhoudt als het aangeleerd is met beloningen!
Gedragsverandering door castratie en sterilisatie
Castratie wordt vaak als wondermiddel gezien bij agressie, maar helpt castratie altijd wel?
Wordt vervolgd....
Tot mijn spijt kan ik door gebrek aan tijd geen persoonlijke vragen die ik onder andere krijg over gedragsproblemen meer beantwoorden. Bovendien is het vaak niet mogelijk om deze vragen te beantwoorden omdat ik via de mail niet optimaal de benodigde kennis over de hond en de situatie kan krijgen. Soortgelijke problemen kunnen per individu een totaal andere aanpak vereisen.
Mailen over de inhoud van deze website wordt nog steeds op prijs gesteld. Heb je ideeën of opbouwende kritiek, dan hoor ik het graag. Alle mail wordt gelezen, maar het is helaas onmogelijk om alle mail persoonlijk te beantwoorden. Mijn excuses hiervoor.
Verder wil ik iedereen bedanken voor de over het algemeen positieve reacties op mijn website.
Martin Reuvekamp
Het nieuwste boek van
Martn Gaus